Aan de slag 2/6

Verspringen, de 2e zie-gewoonte

Verspringen is de gewoonte van het oog om voortdurend te bewegen terwijl de blik zich telkens verplaatst. Bates gebruikte het werkwoord ‘to shift’. De vertaling daarvan is verplaatsen, veranderen, snel bewegen.

Net als voor je lijf is het voor je ogen erg vermoeiend om niet te bewegen.

Beweeg je zelf, dan lijkt de wereld om je heen ook te bewegen. Dat is fijn voor je ogen want die vinden het heerlijk om naar bewegende beelden te kijken. Een star, stilstaand beeld is vermoeiend voor je ogen.

Bij goed zicht laat je je blik voortdurend door de wereld om je heen glijden. Of je in de verte kijkt, een boek leest, een gesprek voert; je ogen staan nooit stil. Zo verzamelen ze zoveel mogelijk plaatjes waar je hersenen een mooi beeld van kunnen maken.

verspringen ogen batesmethode

Hoe scherper die plaatjes zijn, hoe mooier het beeld. En hoe meer plaatjes, hoe completer het beeld. Door te shiften doe je eigenlijk twee dingen: je beweegt én je richt je focus op het kleine gebiedje in het midden van je zicht dat je echt scherp kunt zien. Dat laatste gebeurt door centrale fixatie.

Bewegen

Onze zintuigen werken het beste als zij worden geprikkeld door beweging, verschillen en contrasten. Met ons zicht is het niet anders. Onze ogen worden als vanzelf naar bewegende beelden getrokken en kunnen die het makkelijkst onderscheppen.

Om goed te zien moet er beweging zijn. Probeer het maar: fixeer je oog een seconde of langer op een vast punt. Merk je dat je het punt niet meer helemaal goed ziet?

Om makkelijk te bewegen heb je soepele spieren nodig. Je spieren worden of blijven soepel als je ze veel gebruikt. Gebruik je ze niet, dan worden ze zwakker en verliezen tenslotte hun functie. Maar door je spieren te forceren kan je ze beschadigen.

Voor je oogspieren geldt hetzelfde.

bewegelijk zicht batesmethode

Bewuste en onbewuste oogbewegingen

Beweeg je je ogen van links naar rechts en van boven naar beneden, dat maken je oogspieren bewuste bewegingen.

De meeste oogbewegingen zijn echter onbewust. Je ogen schieten voortdurend alle kanten op, zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Zelfs in onze slaap.

Bovendien maken ze schokkerige, korte bewegingen, de micro-saccaden genoemd.

Uit onderzoek is gebleken dat hoe meer van die kleine onbewuste bewegingen je oog maakt, hoe beter je zicht.

Omdat dezelfde oogspieren zowel de kleine onbewuste bewegingen als de grotere, bewuste oogbewegingen maken, moeten ze daar wel de ruimte voor krijgen.

Geef je ogen ruimte om te bewegen

Doe nu eens even het volgende:

Strek je arm recht voor je uit, steek je vinger op en kijk ernaar. Hou je hoofd naar voren en trek nu je vinger naar opzij terwijl die je volgt met je ogen.

Voel je je oogspieren trekken? Als je dat soms doet is het geen probleem, maar je laat zo geen ruimte over voor de kleine bewegingen.

Veel mensen zetten hun nek op slot en bewegen alleen hun ogen. Maar het is veel beter om je hoofd mee te bewegen in de richting waar je kijkt.

Centrale fixatie

Centrale fixatie is het vermogen van het oog om naar één punt te kijken en dat beter te zien dan al het andere eromheen.

Dat komt doordat we maar een klein gebied in het netvlies hebben waarmee we echt scherp kunt zien: het centrum van de gele vlek.

Zie je wazig, dan zie je net zo goed buiten dat centrum van je zicht. Soms is dit alleen het geval bij het lezen, soms juist in de verte en vaak op alle afstanden.

Om (weer) echt goed te zien moet je deze centrale fixatie weer terugkrijgen. Dat lukt het beste door te imiteren wat het het oog met goed zicht van nature doet: verspringen.

Hoe leer je verspringen?

tellen verspringen natuurlijk zien

Door expres sprongetjes met je blik te maken leer je je aandacht – en dus je blik - op een kleiner gebied te richten. Hoe kleiner dit gebied is, hoe groter de ontspanning en hoe beter het zicht.

Een hele makkelijke manier om dit te oefenen is door te tellen:

Verspringen in het dagelijks leven

Tot je de gewoonte om je blik voortdurend in beweging te houden helemaal onder de knie hebt, kan je de hele dag door oefenen met verspringen.

Kijk je naar een gebouw in de verte dan verspring je bijvoorbeeld van het ene raam naar het andere. Bij een boom verspring je van de ene tak naar de andere, van blaadje naar blaadje of van bloem naar bloem.

Verspringen over het gezicht van iemand waar je mee praat. Over de woorden in een boek of zelfs van letter naar letter.

Verspring van vogel naar vogel hoog boven in de lucht, van kiezel naar kiezel op het tuinpad, van suikerkorrel naar suikerkorrel in de suikerpot.

Maak er een spel van en ontdek hoeveel er te zien is om je heen.

Let maar eens op wat er gebeurt als je op zo’n manier je omgeving bekijkt. Merk op hoe het voelt, voor je lijf, je ogen, je geest.

In het begin misschien wat onrustig maar waarschijnlijk al heel snel heel plezierig!

Dan is het nu tijd voor de A van OVAK; de derde zie-gewoonte:

Aan de slag