Blog 17/36

Is slecht zien erfelijk?

21 November 2016

Is slecht zien erfelijk?

Ziektes kunnen erfelijk zijn. Maar vaag zien is meestal geen ziekte maar een functionele kwaal. Meestal is er met het fysieke oog niets aan de hand.

Onderzoek bij ééneiige tweelingen wees uit, dat bijziendheid niet erfelijk is.

{.centered)

Heel interessant is dat bij personen die lijden aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis soms grote verschillen in oogafwijkingen worden gemeten bij de verschillende persoonlijkheden.

Onderzoek naar sterke bijziendheid

In 2015 is er een groots onderzoek gedaan naar sterke bijziendheid (-6 en meer). De onderzoekster stelt dat er wel sprake is van een erfelijke aanleg, maar de grote toename in het aantal bijzienden niet kan worden toegeschreven aan veranderingen in het DNA. De oorzaken liggen vooral in de levenstijl.

Lees hier het hele artikel.

De erfelijkheidstheorie wetenschappelijk onderuit gehaald

In het boek ‘Improve your Vision without Glasses or Contact Lenses’ van het American Vision Institute wordt de erfelijke aanleg als oorzaak van de vervorming van de oogbol onderuit gehaald.

Bij de aangevoerde argumenten wordt onder meer een onderzoek van Dr. Young aangehaald: In 1968 deed deze oogarts bij een groep Eskimo's in Alaska een uitvoerig onderzoek naar de gevolgen van de aanpassing van deze families aan de Amerikaanse levensstijl.

Bijna iedereen van de volwassenen had perfect zicht, van de 130 personen waren er 2 met myopie. Eén ouder had -0.25D, een andere ouder had -1.50D. De grootouders hadden geen van allen last van bijziendheid. Meer dan 60% van de kinderen was echter bijziend.

Dit kon niet verklaard worden door de erfelijkheidstheorie. De kinderen aten min of meer hetzelfde als de volwassenen en ademden de zelfde lucht in. Daar kon het dus ook niet aan liggen. De kinderen behoorden echter wel tot de eerste generatie die naar school ging.

Young concludeerde dat het doen van schoolwerk op leesafstand gedurende enkele uren per dag de bijziendheid bij de kinderen had veroorzaakt. Het percentage bijziende kinderen op scholen in de rest van Amerika kwam ongeveer overeen met dat van Alaska.

Sinds dit onderzoek is er een enorme hoeveelheid bewijs bijgekomen en blijkt dat het percentage bril- of lensdragers hoger is naar mate men meer gestudeerd heeft of een hogere opleiding heeft gevolgd.

Nog meer vraagtekens:

Bijna iedereen wordt geboren met normale, gezonde ogen. Het is vreemd dat de ogen van zoveel gezonde kinderen op mysterieuze wijze muteren.

Bovendien stopt deze vervorming niet bij volwassenen. Ook zij moeten hun bril vaak nog sterker maken. Dit is in tegenspraak met de aanname dat de vorm van de schedel er iets mee te maken heeft. Die vorm verandert dan niet meer.

Sinds de komst van de computer zijn er veel mensen die pas op oudere leeftijd bijziend worden. Ook dit fenomeen kan op geen enkele wijze verklaard worden door de erfelijkheidstheorie.

Bij astigmatisme is sprake van een onregelmatig vervormde oogbal. Als dit veroorzaakt zou worden door een fysieke, erfelijke factor zou de mate van die visuele afwijking constant zijn. De waarheid is echter dat zowel de sterkte als de locatie van de cilinder heel snel kunnen veranderen. Veel brilrecepten van cursisten tonen dat aan.

Waarom blijft men vasthouden aan de erfelijkheidstheorie?

Er zijn genoeg voorbeelden te noemen en bewijzen te leveren waaruit blijkt dat de erfelijkheidstheorie niet klopt. Toch wordt deze nog steeds onderwezen op de meeste medische faculteiten.

Het antwoord op de vraag waarom dat zo is, wordt volgens het American Vision Institute niet ingegeven door de medische waarheid maar door economische factoren.

Laten we eerlijk zijn; als visuele problemen veroorzaakt worden door erfelijke, onveranderlijke factoren is er geen andere keuze dan de patiënt een bril of lenzen voor te schrijven. Daarmee verzekeren de oogartsen en de opticiens zich van een voortdurende bron van inkomsten: de patiënten komen regelmatig terug voor sterkere recepten.

Dat er veel geld omgaat in de optische industrie blijkt wel uit de enorme hoeveelheid brillenwinkels en de niet-aflatende stroom van reclame die we vanuit deze branche over ons heen krijgen.

Erkent men daarentegen dat slecht zicht door de manier waarop men de ogen gebruikt, dan zouden oogartsen de verantwoordelijkheid moeten nemen om slecht zicht te voorkomen of te genezen en zich op zijn minst moeten inzetten om verdere verslechtering tegen te gaan.

Dit zou de basis van de traditionele oogheelkunde volledig wegvagen. Vandaar dat de meeste oogartsen of niet op de hoogte zijn van de argumenten, of weigeren de bewijzen te accepteren, hoe overtuigend, onderlegd en overvloedig die ook zijn.

Waarom moeten kinderen van brildragende ouders dan zo vaak ook aan de bril?

Een interessante vraag. Overigens komt het ook vaak voor dat dat niet het geval is. Dat óf de ouders wel een bril dragen en het kind niet, óf de ouders geen bril dragen en het kind wel; vele variaties zijn mogelijk.

De invloed van ouders

De oorzaak van het slechte zien is niet erfelijkheid, dat is op deze pagina wel bewezen. Maar brildragende ouders en leraren hebben wel invloed op de manier van zien van kinderen.

Als Dr. Bates kinderen in zijn kliniek behandelde vond hij het belangrijk dat de ouders zelf ook meededen. Kinderen kopiëren het gedrag van volwassenen.

Het beste wat jij voor je kinderen kan doen is het goede voorbeeld geven: samen de goede zie-gewoontes aanleren!

FAQ

Vorige Post Volgende Post

Blog